ZWEMLES

Zwemlessen

Kinderen moeten leren zwemmen in ons waterrijke land. Dat is vanzelfsprekend. Zoals elk jaar stromen talloze kinderen naar de zwemlessen van diverse zwembaden.

............... Zo ook in het Zierikzeese “Onderdak” ...............

Jonge kinderen en water lijken elkaar aan te trekken. Zeker in ons waterrijke Zeeland spelen kinderen vaak in de buurt van water. De kans dat ze al spelend te water raken, met alle gevolgen van dien, is dus groot. De zwemles vraagt dus om meer vaardigheid dan alleen maar het kunnen zwemmen met je hoofd boven water.

Kinderen die worden opgeleid voor het Zwem-ABC leren meer dan een kunstje om boven water te blijven en vooruit te komen. De lessen voor het huidige Zwem-ABC bieden meer, zijn leuker, en vooral completer in vergelijking met de “oude” diploma’s. Kinderen leren op allerlei manieren omgaan met het water. Veel speelt zich daarbij ook onder water af. Want een kind dat wel een keurige schoolslag kan zwemmen, maar niet of nauwelijks onder water durft, is niet vertrouwd met het water. Het voelt zich dus niet veilig.

Het belang van de eerste zwemlessen

Vanaf de eerste zwemles voor het Zwem-ABC zijn de kinderen bezig met het water te verkennen. Ze ontdekken dat bewegen in het water anders aanvoelt dan op het droge. De zwemonderwijzer(es) stimuleert de kinderen, wekt vertrouwen en creëert situaties waarin ze spelenderwijs leren omgaan met water. Het lijkt of er in een zwemles alleen maar gespeeld wordt. Maar dat is schijn, want achter elke speelse vorm zit een bedoeling om de kinderen iets te leren.

Tot het leren zwemmen horen allerlei onderdelen die elke les worden geoefend. Die speels verpakte oefeningen zijn eerst heel eenvoudig, maar worden gaandeweg steeds moeilijker.

Kinderen die in het water vallen of springen moeten ook weer op de kant kunnen klimmen. Niet alleen langs een trapje, maar ook via een mat in het water of klauterend over één of ander obstakel. Een leuke activiteit voor kinderen met een serieuze achterliggende bedoeling.

Bij leren zwemmen hoort ook onder water gaan. Kinderen leren zich te oriënteren en wennen aan de druk op oren, ogen, mond en neus. Een keertje verslikken of proestend boven komen is dan ook helemaal niet erg. Want als je leert zwemmen moet je ook leren wanneer je kunt ademen en wanneer juist niet.

Zonder ook maar één echte zwemslag te kunnen maken, raken de kinderen steeds een beetje meer vertrouwd met het water. Ze kunnen nu ook kopje duikelen en in het water draaien van de borst naar de rug en weer terug.

Zwemmertjes in de dop die dit alles ongeremd kunnen doen, zijn al aardig op weg om goede maatjes te worden van het water. Ze hebben al een beetje kennis gemaakt met het watertrappen en zijn nu toe aan het leren van de zwemslagen.

De zwemslagen en andere vaardigheden van het Zwem-ABC

Voor het Zwem-ABC moeten kinderen vier zwemslagen leren: de enkelvoudige rugslag, de schoolslag, de borstcrawl en de rugcrawl.

Vanuit het ontspannen drijven op de rug is het aanleren van de enkelvoudige rugslag niet zo moeilijk. Door regelmatig oefenen verandert de aanvankelijk grove vorm van de zwemslag tenslotte in een fijnere uitvoering van de techniek.

Vooral het aanleren van een goede schoolslag vergt de nodige tijd. Want vanuit het drijven op de borst is bij de schoolslag de ademhaling wat lastiger en vereist de combinatie van arm- en beenslag meer bedrevenheid. De enkelvoudige rugslag en de schoolslag gelden als aanvangsslagen die reeds bij het A-diploma goed moeten worden uitgevoerd. Borst- en rugcrawl zijn in het begin nog bedoeld als kennismakingsslagen en dus worden er bij het A-diploma nog wat minder hoge eisen gesteld. Gaandeweg zien we dat nog heel jonge kinderen vanuit die eerste spartelingen, bij het volgende diploma-B, al wat meer bedreven zijn. Voor het C-diploma zijn de kinderen tenslotte in staat met een redelijke techniek een korte afstand te overbruggen.

Naarmate de opleiding vordert, gaan de kinderen de zwemslagen steeds beter uitvoeren. Daardoor kunnen ze langere afstanden zwemmen. Niet alleen het uithoudingsvermogen wordt groter, ook worden ze steeds behendiger in het water. Zakken en duiken naar de boden wordt gaandeweg kinderspel. En ze glimmen van trots als ze onder water kunnen zwemmen door het zeil.

Belangrijk in deze in deze fase van de opleiding is dat de kinderen plezier blijven beleven in het oefenen en hen de tijd wordt gegund om in eigen tempo te leren. Vooral bij jonge kinderen moet worden voorkomen, dat de overgang van het speels verkennen van het water naar het aanleren van de zwemtechnieken niet abrupt verloopt.

KIJKDAGEN

Ongeveer eens in de twee maanden worden de ouders in de gelegenheid gesteld om de verrichtingen van hun kind in de zwemzaal mee te beleven: de zogenoemde kijkdagen.

De data voor deze kijkdagen staan vermeld bij de kassa.

Wij verzoeken iedereen met klem de voor de hygiëne geldende regels in acht te nemen, dus b.v. niet meelopen naar de douches of toiletten terwijl u uw schoenen nog aanheeft.

DIPLOMAZWEMMEN

Het diplomazwemmen is altijd een feestelijk gebeuren. Of het kind nu afzwemt voor het A-, het B- of het C-diploma. Ieder stapje is weer wat moeilijker. Een diploma gehaald? Dan is het kind weer wat zwemveiliger en vaardiger. Natuurlijk mag een kind niet zomaar afzwemmen voor een zwemdiploma. Eerst moeten alle onderdelen goed geoefend worden.

Steeds wordt goed gekeken hoe ver een kind gevorderd is. Dit gaat via een toetsingssysteem zodat de instucteur/-trice de ouder direct te woord kan staan over de vorderingen van het kind. Tijdens het toetsen, het zogenoemde ‘plussen en minnen’ wordt door ons bekeken of een kind echt alle onderdelen van het examenprogramma beheerst. Hier hoort dus ook het gekleed zwemmen bij. U krijgt dan van ons het verzoek om op een bepaalde dag extra kleding mee te nemen zodat het kind ook op dit onderdeel de nodige ervaring kan opdoen.

En dan is het opeens zover. Een kind komt uit de zwemles met de mededeling: “Ik mag diplomazwemmen”. Eén en ander gaat vergezeld met een schriftelijke uitnodiging hiervoor. Leest u deze uitnodiging goed, want hierop staat de informatie die u nodig heeft om, van uw kant, de organisatie rond het diplomazwemmen zo vlot mogelijk te laten verlopen.

Opgeven voor zwemles

Kinderen kunnen te allen tijde worden opgegeven voor zwemles, echter ze kunnen pas beginnen met de zwemlessen als ze ten minste 5 jaar zijn, en als er plaats is in het instructiebad. Houdt u er echter wel rekening mee dat er een wachtlijst bestaat voor de zwemlessen, dus geef uw kind tijdig op. Dit kan door even langs te komen, maar ook door het invullen van het aanmeldingsformulier.

De zwemlessen zijn 2 x per week een half uur:

maandag en donderdag: dinsdag en vrijdag:

van 15.45 uur tot 16.15 uur
van 16.20 uur tot 16.50 uur
 
van 17.30 uur tot 18.00 uur

van 15.45 uur tot 16.15 uur
 
van 16.55 uur tot 17.25 uur
van 17.30 uur tot 18.00 uur

Kosten

Zie tarieven.